“Ahhh, hij doet z’n oogjes open, kijk nou.” Met z’n vieren drukken ze hun neuzen bijna tegen het plexiglas aan. Ik kijk vanuit mijn bed aan de andere kant toe en realiseer me plots; ik heb zijn open oogjes nog niet gezien. Mijn man ziet de tranen over mijn wangen en dirigeert onze ouders de kamer uit door de ziekenhuiskoffie warm aan te bevelen.
“Is het niet slim als je even gaat rusten?”, vraagt ie zacht. Na de narcose heb ik niet meer geslapen. Ik dwaal tussen morfineroes en werkelijkheid en probeer iedere glimp van onze baby in de couveuse op te vangen. “Ik kan niet slapen”, snik ik, “ik moet hem in de gaten houden.” Premature baby’s kunnen de eerste dagen dippen is mijn man uitgelegd toen ik buiten bewustzijn in de OK lag. Sinds ik dat hoorde, hou ik de wacht.
Een verpleegkundige komt binnen. “Zou mijn vrouw kunnen buidelen?” Mijn man voelt soms beter aan wat ik nodig heb dan ikzelf. Ze glimlacht, “natuurlijk”. Voor de tweede keer in zijn tien-uur-oude leven krijg ik onze zoon op mijn borst. Eindelijk samen. Veilig. Bij mij. Ik doezel weg.
Als ik wakker word staan onze ouders weer in de kamer. Nu rondom mijn bed. Ze bewonderen hem, op míjn borst. Ik voel z’n warme lijfje. Ruik zijn zachte kruin. Ik zie zijn oogjes opengaan. En voel het moedergevoel in mijn gehavende buik opstaan.
Op 17 november is het Wereld Prematurendag, een dag waarop internationaal wordt stilgestaan bij de impact die vroeggeboorte heeft. Ook ons eerste kindje kwam te vroeg. Al hadden wij ‘geluk’ qua weken, gewicht en benodigde zorg, het had nog zoveel slechter gekund. Voor alle ouders wiens start ook zo anders was dan verwacht, die uren, dagen, weken waakten en wachtten om hun kindje mee naar huis te nemen; Donderdag denk ik aan jullie!
Saskia Toonen schrijft over alles wat er in haar volle hoofd omgaat. Meer lezen?
ditisdeblogvansas.nl
Column